Algemene woordenlijst - allgemeine Wortliste
QUIZZEN: woorden Duits-Nederlands deel 1 of deel 2 of deel 3 of deel 4 of deel 5 of deel 6
QUIZZEN: woorden Nederlands-Duits deel 1 of deel 2 of deel 3 of deel 4 of deel 5 of deel 6
In de woordenlijsten worden geslacht en meervoud aangegeven indien afwijkend van de richtlijnen op de pagina over het zelfstandig naamwoord.
Woorden waarbij de slotletters -ie worden uitgesproken als 'ie-juh' i.p.v. 'ie' zijn aangeduid met: {iə}.
Leenwoorden die (qua uitspraak nagenoeg) onveranderd uit moderne talen zijn overgenomen zijn aangeduid met {EN} (Engels) {FR} (Frans) en {IT} (Italiaans).

Z = zwak vervoegd zelfstandig naamwoord

Algemene woordenlijst (deel 1)
Duits Nederlands
Welt (f) wereld
Erde aarde
Sonne zon
Mond (m) [+e] maan
Stern (m) ster
Planet (m) Z planeet
Raum (m) ruimte
Existenz (f) bestaan
Leben [-] leven
Tod (m) dood
Liebe liefde
Hass (m) haat
Tier dier
Geist (m) geest
Verstand verstand
Buch [Bücher] boek
Zeitung krant
Brief (m) brief
Geschenk geschenk
Karte kaart
Geld [+er] geld
Sprache taal
Wort [Wörter (let.), Worte (fig.)] woord
Satz (m) zin [taalkunde]
Text (m) tekst
Gespräch gesprek
Gedicht gedicht
Buchstabe (m) Z letter
Kunst (f) [Künste] kunst
Schönheit schoonheid
Friede(n) (m) Z vrede
Freiheit vrijheid
Wahrheit waarheid
Wirklichkeit werkelijkheid
Realität werkelijkheid
Gesundheit gezondheid
Krankheit ziekte
Hoffnung hoop
Vertrauen vertrouwen
Wissen (n) kennis, weten
Problem probleem
Lösung oplossing

Algemene woordenlijst (deel 2)
Duits Nederlands
Idee idee
Konzept concept
Zukunft toekomst
Vergangenheit verleden
Gegenwart (f) heden; aanwezigheid
Anwesenheit aanwezigheid
Präsenz (f) aanwezigheid
Abwesenheit afwezigheid
Mittel middel
Ziel (n) doel, bedoeling
Zweck (m) doeleinde, bedoeling
Absicht intentie, bedoeling
Bestimmung bestemming
Situation situatie
Zustand toestand
Umstand omstandigheid
Lage ligging; situatie; laag
Grund (m) reden, grond
Ursache oorzaak
Folge gevolg; vervolg; opeenvolging
Anlass (m) aanleiding
Ergebnis resultaat
Resultat resultaat
Wirkung effect, (uit)werking
Effekt (m) effect, (uit)werking
Erfolg (m) succes
Reihe rij, reeks
Reihenfolge volgorde
Ordnung orde, ordening
Chaos (n) chaos
Ursprung (m) oorsprong
Herkunft (f) herkomst
Abkunft (f) afkomst
Qualität kwaliteit
Quantität kwantiteit
Menge hoeveelheid
Chance {FR} kans
Möglichkeit mogelijkheid
Gelegenheit gelegenheid
Nutzen (m) nut
Vorteil voordeel
Nachteil nadeel
Bewusstsein bewustzijn
Gewissen geweten
Energie energie
Kraft (f) kracht
Macht (f) macht
Gewalt (f) geweld
Prinzip principe, beginsel
Merkmal kenmerk
Eigenschaft eigenschap
Technik techniek
Technologie technologie
Theorie theorie
Praxis (f) praktijk
Information informatie
Daten (n-pl) gegevens
Teil (m) deel, gedeelte, onderdeel
Übersicht overzicht
Überblick (m) overzicht

Algemene woordenlijst (deel 3)
Duits Nederlands
Aktualität actualiteit
Wohlstand welvaart
Wohl(ergehen) welzijn
Tat (f) daad
Tatsache feit
Aktion actie
Ewigkeit eeuwigheid
Vielfalt (f), Vielfältigkeit verscheidenheid, diversiteit
Mannigfaltigkeit verscheidenheid, diversiteit
Diversität verscheidenheid, diversiteit
Einheit eenheid
Verantwortung verantwoording, verantwoordelijkheid
Verantwortlichkeit verantwoordelijkheid
Unabhängigkeit onafhankelijkheid
Glück geluk, voorspoed
Unglück ongeluk, tegenspoed
Krieg (m) oorlog
Wissenschaft wetenschap
Sicherheit veiligheid; zekerheid; beveiliging
Zuverlässigkeit betrouwbaarheid
Beziehung betrekking, relatie
Verhältnis verhouding, relatie
Aufklärung opheldering; verlichting; voorlichting
Umwelt milieu, omgeving
Umgebung omgeving, buurt
Einrichtung instelling; voorziening; inrichting
Kultur (f) cultuur
Politik politiek; beleid
Wirtschaft economie [ook: café, huishouding, boerenbedrijf]
Ökonomie economie [ook: zuinigheid]
Geschichte geschiedenis; verhaal
Philosophie filosofie
Recht recht
Gerechtigkeit gerechtigheid, rechtvaardigheid
Rechtsprechung rechtspraak, jurisprudentie
Prozess (m) proces, rechtszaak
Gesetz (n) wet
Notwendigkeit noodzaak, noodzakelijkheid
Dienstleistung dienst, dienstverlening
Leistung prestatie, vermogen
Erholung herstel; ontspanning; recreatie
Tourismus (m) toerisme
Fremdenverkehr (m) toerisme
Landwirtschaft landbouw
Gesamtheit geheel, totaliteit
Armut (f) armoede
Reichtum (m) rijkdom
Ding ding
Sache zaak
Gegenstand voorwerp; onderwerp
Generation generatie
Gegensatz (m) tegenstelling, contrast
Widerspruch (m) tegenspraak, tegenstrijdigheid
Inhalt (m) inhoud
Substanz (f) substantie, stof, materie
Bildung vorming, ontwikkeling
Ausbildung opleiding, beroepsvorming
Erziehung educatie, opvoeding
Unterricht (m) onderwijs, les

Algemene woordenlijst (deel 4)
Duits Nederlands
Sklaverei slavernij
Nachricht (f) bericht
Nachrichten (f-pl) nieuws
Werbung reclame
Fest feest
Feier (f) feest
Party (f) {EN} feestje
Platz (m) plaats, plek [ook: plein]
Sucht (f) verslaving, ziekelijke neiging
Abhängigkeit verslaving, afhankelijkheid
Abenteuer avontuur
Vereinigung vereniging, eenwording, unie
Verein (m) vereniging, club
Steuer (f) belasting, taks
Steuer (n) stuur, roer
Fehler (m) fout
Gruppe groep
Einsicht inzicht; inzage
Erkenntnis (f) inzicht, besef, kennis
Auftrag (m) opdracht, taak; bestelling
Aufgabe opdracht, taak; opgave; afgifte
Kriminalität criminaliteit, misdaad
Verbrechen misdrijf, misdaad
Fall (m) val; geval; naamval
Zufall toeval
Unfall ongeval, ongeluk
Vorfall incident, voorval
Zwischenfall incident, voorval
Ereignis gebeurtenis, voorval
Erlebnis belevenis, ervaring
Erfahrung ervaring, ondervinding
Verzeichnis lijst, register, index
Alter (n) leeftijd, ouderdom
Alltag (m) dagelijks leven
Aktivität activiteit
Tätigkeit activiteit, bezigheid, werkzaamheid
Aufmerksamkeit aandacht, oplettendheid
Beachtung aandacht, inachtneming
Achtung respect, aanzien, eerbied; attentie [ook: opgelet!]
Schaden (m) schade
Abstand afstand, tussenruimte
Entfernung verwijdering; afstand
Distanz (f) afstand
Finsternis (f) duisternis; verduistering [astronomie]
Dunkelheit duisternis
Geheimnis geheim
Kenntnis (f) kennis
Anzeige advertentie; aangifte [juridisch]; afleesvenster, display
Annonce advertentie
Inserat (n) advertentie
Elektrizität elektriciteit
Strom (m) stroom [algemeen, water, elektriciteit]
Voraussetzung voorwaarde; veronderstelling
Urlaub (m) vakantie, verlof
Ferien (pl) {iə} vakantie
Beförderung vervoer, transport; promotie, bevordering
Auswahl (f) selectie, keuze, assortiment
Name (m) Z naam
Vorgang (m) proces; gebeurtenis, voorval
Vorgehen aanpak, benadering, handelwijze

Algemene woordenlijst (deel 5)
Duits Nederlands
Zeug spul
Bedingung voorwaarde [als meervoud ook: omstandigheden]
Liste lijst
Beispiel voorbeeld
Vorbild [+er] voorbeeld, rolmodel
Licht licht
Neugier(de) (f) nieuwsgierigheid
Mut (m) moed
Weisheit wijsheid
Intelligenz (f) intelligentie
Vernunft (f) verstand, rede, ratio
Mitleid medelijden, mededogen
Mitgefühl medelijden, mededogen
Erbarmen (n) medelijden, mededogen, genade
Gnade genade, gunst, gratie
Schmerz (m) [+en] pijn, smart
Humor (m) humor
Eindruck indruk, impressie
Wahnsinn waanzin, krankzinnigheid
Irrsinn waanzin, krankzinnigheid
Treue trouw
Loyalität loyaliteit
Geduld (f) geduld
Stolz (m) trots
Maßnahme maatregel
Regel (f) regel [ook: menstruatie]
Basis (f) basis
Grundlage basis, grondslag
Struktur (f) structuur
Gefahr (f) gevaar
Risiko risico
Verabredung afspraak
Termin (m) afspraak, tijdstip; termijn, deadline
Meinung mening
Ansicht mening; aanzicht; afbeelding, prent
Essenz (f) essentie
Elend (n) ellende
Zentrum centrum
Mittelpunkt (m) middelpunt
Schuld (f) schuld [alle betekenissen]
Moment (m) moment, ogenblik
Augenblick (m) moment, ogenblik
Rabatt (m) korting
Preisnachlass (m) korting
Ermäßigung korting, verlaging, matiging
Ausnahme uitzondering
Stätte (bijzondere) plek
Loch gat
Grube kuil [ook: mijn [mijnbouw]]
Art (f) wijze, manier; aard, manier van doen; soort [biologie]
Weise wijze, manier; wijs, melodie
Typ (m) [+en] type; vent, kerel [informeel]
Stil (m) stijl
Sinn (m) zintuig; zin [betekenis, nut]; gevoel (voor); gedachte, geest
Mal (n) maal, keer; (moeder)vlek
Gesellschaft samenleving, maatschappij; gezelschap; vereniging; vennootschap
Gemeinschaft gemeenschap
Rest (m) rest
Frage vraag; vraagstuk, kwestie
System systeem, stelsel
Prüfung proef, test, onderzoek
Beweis (m) bewijs
Nachweis (m) bewijs
Kategorie categorie
Verhalten gedrag
Emotion emotie

Algemene woordenlijst (deel 6)
Duits Nederlands
Paar paar, koppel
Wille (m) Z wil
Sicht (f) zicht, uitzicht; visie
Aussicht uitzicht; vooruitzicht
Druck (m) druk [alle betekenissen]
Form (f) vorm [alle betekenissen]
Gestalt (f) gestalte, gedaante, vorm, voorkomen
Missverständnis misverstand, misvatting
Irrtum (m) [-tümer] misvatting, vergissing
Grenze grens
Ende (n) einde
Frist (f) termijn, deadline
Begriff (m) begrip, term, concept
Anordnung ordening, rangschikking; bepaling, voorschrift
Einstufung rangschikking, indeling, classificatie
Witz (m) grap, mop
Scherz grap
Jubiläum jubileum
Jahrestag (ver)jaardag, jaarlijkse herdenkingsdag
Geburtstag verjaardag
Fantasie, Phantasie fantasie, verbeelding
Vorstellungskraft fantasie, verbeelding
Punkt (m) [+e] punt [in vele betekenissen]
Rad [Räder] wiel, rad
Foto (n) foto
Bild (n) beeld, afbeelding, aanblik
Staub (m) stof
Pulver poeder [ook: buskruit]
Schatten (m) schaduw
Träne traan
Rakete raket [ook: vuurpijl]
Linie {iə} lijn
Streifen (m) streep, strook
Nummer (f) nummer
Zahl (f) getal; aantal
Anzahl aantal
Ziffer (f) cijfer
Betrag (m) bedrag, som
Summe bedrag, som; uitkomst, totaal
Adresse adres
Anschrift (f) adres
Postkarte briefkaart, ansichtkaart
Zettel (m) briefje
Presse pers [apparaat; gedrukte media]
Medien (n-pl) media
Ehe huwelijk
Hochzeit (f) bruiloft
Netz net; netwerk
Netzwerk netwerk
Unheil onheil, ramp, rampspoed
Katastrophe (f) ramp, catastrofe
Albtraum, Alptraum (m) nachtmerrie
Comic(strip) (m) strip(verhaal)
Schicht (f) laag; werktijd, (ploegen)dienst
Gewebe weefsel [textiel; biologie]
Pfeil (m) pijl [voorwerp; symbool]
Bogen (m) boog [alle betekenissen] [ook: strijkstok; blad papier]
Gleichgewicht evenwicht
Quarantäne quarantaine
Modell model [alle betekenissen]
Versuch [+e] poging
Schatz (m) schat [letterlijk en figuurlijk]
Geburt (f) geboorte, bevalling
Entbindung bevalling, verlossing; ontslag, opheffing