Voegwoorden - die Konjunktionen
QUIZ: voegwoorden Duits-Nederlands
QUIZ: voegwoorden Nederlands-Duits
Voegwoorden
Duits Nederlands
und en
oder of, ofwel
aber maar
denn want [als bijwoord: dan]
dass dat
weil omdat
als toen; als [zoals, alsof]
ob of [indirecte vraag]
obwohl hoewel
wenn als, wanneer
sondern maar [na ontkennende zin]
doch toch, maar, echter
da aangezien, omdat, daar
während terwijl [als voorzetsel: tijdens]
bis totdat [als voorzetsel: tot]
seit sinds [ook voorzetsel]
seitdem sindsdien [ook bijwoord]
wie zoals
solange zolang (als)
bevor voordat
ehe voordat
nachdem nadat
damit opdat, zodat [als voorzetsel: daarmee, dus]
sodass zodat
indem doordat
sobald zodra
sofern voor zover, op voorwaarde dat, indien
soweit (voor/in) zover
soviel (voor) zover [als bijwoord: zoveel]
falls in/voor het geval dat, ingeval

Aber wordt gebruikt om een indirecte tegenstelling, nuance of afzwakking aan te geven: 'maar toch'.
Sondern geeft een directe tegenstelling na een ontkennende zin: 'niet dit maar dat'.
Sondern wordt tevens gebruikt in de vertaling voor 'niet alleen dit, maar ook dat' en voor versterking.
Der Wecker klingelt, aber ich stehe nicht auf. = De wekker rinkelt, maar ik sta niet op.
Ich fahre nicht mit dem Zug, sondern ich fliege mit dem Flugzeug. = Ik ga niet met de trein, maar met het vliegtuig.

Er ist nicht genial, sondern dumm. = Hij is niet geniaal, maar dom.
Er ist nicht genial, aber ziemlich klug. = Hij is niet geniaal, maar wel tamelijk slim.

Dieser Text ist kurz, aber wichtig. = Deze tekst is kort maar belangrijk.
Dieser Text ist nicht kurz, sondern lang. = Deze tekst is niet kort maar lang.

Nicht nur das Essen, sondern auch die Getränke waren kostenlos. = Niet alleen het eten maar ook het drinken was gratis.
Du bist nicht schön, sondern wonderschön! = Jij bent niet mooi/knap maar supermooi/knap!
YouTube: het verschil tussen aber en sondern: uitlegvideo 1 (in het Engels) en uitlegvideo 2 (in het Duits)


Oder wordt gebruikt om meerdere keuzes of mogelijkheden achter elkaar te noemen: 'dit of(wel) dat'.
Ob stelt een indirecte vraag: 'of het zo is / gaat zijn dat...(?)'.
Er wollte wissen, ob wir einen Hund oder eine Katze besitzen. = Hij wilde weten of we een hond of een kat hebben.
Ich weiß noch nicht, ob ich laufe oder den Bus nehme. = Ik weet nog niet of ik ga lopen of (dat ik) de bus neem.


Damit verwijst naar het doel aan van een actie, terwijl sodass een gevolg of resultaat inleidt.
Sie hat ihren Regenschirm zu Hause gelassen, sodass sie nass geworden ist. = Ze heeft haar paraplu thuisgelaten, zodat [waardoor] ze nat geworden is.
Sie hat ihren Regenschirm mitgenommen, damit sie nicht nass wird. = Ze heeft haar paraplu meegenomen, zodat/opdat ze niet nat wordt.

Ich bin zur Seite gegangen, damit er vorbeigehen konnte. = Ik ging opzij, zodat/opdat hij erlangs kon gaan [om hem erlangs te laten].
Ich bin zur Seite gegangen, sodass er vorbeigehen konnte. = Ik ging opzij, zodat hij erlangs kon gaan [waardoor/waarna hij erlangs kon gaan].
YouTube: het verschil tussen damitt en sodass: uitlegvideo 1 (in het Engels) en uitlegvideo 2 (in het Duits)

Soviel/soweit ich weiß, wird das Wetter morgen wieder besser. = (Voor) zover ik weet wordt het morgen opnieuw beter weer.
Nach der Operation geht es ihr gut, soviel/soweit ich es beurteilen kann. = Na de operatie gaat het goed met haar, (voor) zover ik het kan beoordelen.