Voegwoorden - die Konjunktionen

Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen de voegwoorden Duits-Nederlands
Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen de voegwoorden Nederlands-Duits


Voegwoorden
Duits Nederlands
und
en
oder
of, ofwel
aber
maar
denn
want
dass
dat
weil
omdat
als
toen
ob
of [indirecte vraag]
obwohl
hoewel
wenn
als, wanneer

Opmerkingen:
- als wordt net als het Nederlandse 'als' ook gebruikt voor de betekenins 'in de functie/rol van'
- als wordt ook gebruikt in vergelijkingen: größer als = groter dan
- obwohl kan soms beter worden vertaald als 'terwijl' (bijv. ...obwohl du weißt, dass... = '...terwijl je weet dat...')