Naamvallen - die Kasus / Fälle
Het Duits kent vier naamvallen:
1. der Nominativ: onderwerp en naamwoordelijk deel van het gezegde
2. der Genitiv: bijvoeglijke bepaling (vaak bezitsrelatie)
3. der Dativ: meewerkend voorwerp
4. der Akkusativ: lijdend voorwerp

Bijles Duits: uitlegvideo's en oefeningen m.b.t. eerste naamval (zie les 5 en 7)
Bijles Duits: uitlegvideo's en oefeningen m.b.t. vierde naamval (zie les 15 en 17)
Bijles Duits: uitlegvideo en oefeningen m.b.t. derde naamval (les 20)
Bijles Duits: uitlegvideo en oefeningen m.b.t. tweede naamval (les 32)
QUIZ: vertaal de herhalende zinsdelen naar het Duits volgens de naamvallen

Bepaald lidwoord (der-groep)
naamval mannelijk vrouwelijk onzijdig meervoud
Nominativ der die das die
Genitiv des der des der
Dativ dem der dem den
Akkusativ den die das die

Der-groep

Naast de bepaalde lidwoorden behoren ook de twee aanwijzende en vijf onbepaalde voornaamwoorden uit de onderstaande tabel tot de der-groep.
Dat wil zeggen dat zij dezelfde uitgangen hebben. Let wel op: die => uitgang -e, das => uitgang -es.

Woorden van de der-groep
Duits Nederlands
dies- deze, dit
jen- die, dat
all- al, alle
solch- zulk(e), zo'n
welch- welk(e)
manch- sommige, menig(e)
jed- elk(e), ieder(e)

Ein-groep

De ein-groep bestaat naast de onbepaalde lidwoorden en kein- uit de bezittelijke voornaamwoorden (zie pagina 'Voornaamwoorden').

Onbepaald lidwoord (ein-groep)
naamval mannelijk vrouwelijk onzijdig meervoud
Nominativ ein eine ein keine
Genitiv eines einer eines keiner
Dativ einem einer einem keinen
Akkusativ einen eine ein keine

Achterzetsels zelfstandig naamwoord